Spelenderwijs

Stichting Peuterspeelzalen Hoeksche Waard

Wenbeleid

Inleiding


Pedagogisch medewerkers op de peuterspeelzaal krijgen regelmatig te maken met nieuwe kinderen en nieuwe ouders. Zij moeten - steeds opnieuw – een vertrouwensrelatie opbouwen met kinderen en ouders. Voor kinderen en hun ouders betekent de stap naar peuterspeelzaal dat zij moeten wennen aan een nieuwe situatie. Voor kinderen is het vaak de eerste stap buiten de vertrouwde wereld van ouders of familie. Het is van groot belang voor kinderen en ouder dat de wenperiode goed verloopt. Het wenproces gaat
stap voor stap. Wanneer is een kind gewend in zijn/haar groep?

De eerste periode van wennen


In de eerste periode van wennen moeten ouder en kind zich van elkaar losmaken. Stap voor stap leert het kind de overgang van thuis naar de peuterspeelzaal te maken. Kind en ouder raken er langzaam maar zeker aan gewend om de dag gescheiden van elkaar door te brengen. Sommige kinderen en ouders hebben meer tijd nodig. Wanneer het kind zonder al te veel verdriet of angst in de groep kan zijn, is de eerste periode van wennen afgesloten. Daarnaast moet het kind wennen in de groep.

Na de eerste periode van wennen heeft een kind nog tijd nodig om helemaal vertrouwd te raken met zijn/haar nieuwe omgeving. Er zijn heel veel nieuwe indrukken die het kind moet verwerken: De pedagogische medewerkers en de groep kinderen, de ruimte, het spelmateriaal, de regels en het ritme van de groep. Sommige kinderen kunnen al vrij snel rustig meedraaien, maar zijn nog wel aan het wennen in de groep.

Wanneer is een kind gewend?
We denken dat een kind gewend is als we het volgende kunnen waarnemen:

  • Het kind voelt zich zichtbaar op zijn gemak bij alle pedagogische medewerkers van zijn/haar groep: het laat zich troosten, helpen, ect.
  • Er is non-verbale en/of verbale communicatie tussen pedagogische medewerker en kind.
  • Het kind speelt met of naast andere kinderen.
  • Het kind voelt zich op z’n gemak of beweegt zich vrij door de ruimte. Het gebruikt de speelhoeken en het spelmateriaal en heeft hier plezier in.
  • Het kind heeft een zeker ritme in de groep gevonden.
    Dit betekent dat zij zich min of meer in het ritme van de groep kunnen voegen: ze eten, drinken, en spelen over het algemeen met de andere kinderen mee.


De eerste kennismaking


De wenperiode begint bij de eerste kennismaking met de peuterspeelzaal.
Vaak moeten ouders ook wennen aan het idee dat hun kind naar de peuterspeelzaal gaat.
De eerste indruk die ouders krijgen van de leiding, het gebouw, en de sfeer in de groep is zeer bepalend voor hun houding ten opzichte van de peuterspeelzaal. Essentieel is dat er vanaf het begin gewerkt wordt aan het opbouwen van een vertrouwensrelatie. De basis voor een goed verlopend wenproces is een goede vertrouwensband. Een vertrouwensrelatie ontstaat niet vanzelf, pedagogische medewerkers, ouders en kinderen hebben daar tijd voor nodig.
Bij geïndiceerde VVE kinderen besteden wij veel aandacht aan het kind dossier en leggen we de ouder uitgebreid uit wat deelname aan het VVE programma betekent en wat onze verwachtingen zijn t.o.v. de ouders.

De pedagogische medewerkers nemen het initiatief voor het opbouwen van een vertrouwensrelatie met zowel de kinderen als met de ouders.

De pedagogisch medewerkers scheppen de volgende voorwaarden in de wenperiode:

  • Een goed kennismakingsgesprek is tweerichtingsverkeer. We vertellen niet alleen over de gewoonten en regels op de peuterspeelzaal, maar luisteren ook naar de ideeën en verwachtingen van ouders.
  • Vanaf het begin worden kind en ouder op hun gemak gesteld en krijgen ze de
  • ruimte om hun gevoelens te uiten. Wij maken duidelijk dat het heel gewoon is wanneer ze moeite met de situatie hebben.
  • Belangstelling voor het kind of de ouder geeft vaak een gevoel van vertrouwen en veiligheid.
  • Wij vertellen kort iets over de gang van zaken in de groep. Wat voor pedagogische medewerkers vanzelfsprekend is, is voor ouders vaak volkomen nieuw.
  • Wij vragen naar praktische zaken en maken met de ouder concrete afspraken over de wenperiode.
  • Wij luisteren hierbij ook naar de wensen van ouders.
  • Wij proberen soepel met het wenbeleid en het wenschema om te gaan en overleggen en zoeken met de ouders naar oplossingen voor problemen.


Afscheid nemen na het brengen


De eerste keer dat het kind in de groep komt, is voor iedereen een spannend moment.
Ouders kunnen er soms tegen opzien.
Voor pedagogische medewerkers betekent het een extra inspanning.
Wij letten op het volgende:

  • Pedagogische medewerkers maken onderling goede afspraken over het werkrooster en de taakverdeling.
  • Wij spreken van tevoren af op welk moment de ouder de groep zal verlaten.
  • Wij zoeken een rustig moment uit, zodat één van de pedagogische medewerkers tijd heeft voor ouder en kind.
  • Zodra het kind in de groep komt, proberen we goed en warm contact te leggen met het kind. Juist als de ouder nog in de groep aanwezig is, is de kans groot dat het kind zich veilig voelt.
  • Wij stellen ook de ouder op het gemak. Ouders kennen de dagelijkse gang van zaken nog niet. Hierdoor zijn ze vaak onzeker over wat ze wel en niet ‘mogen’. Niet alle ouders durven hun vragen aan pedagogische medewerkers te stellen.
  • Ouders mogen nog bellen om te vragen hoe het gaat.
  • Wij controleren nog even waar de ouders bereikbaar zijn.
  • Wij geven kind en ouder het gevoel te geven dat ze welkom zijn. Persoonlijke aandacht is hierbij heel belangrijk. Begrip voor de gevoelens van ouder en kind ook. Vooral de eerste keer is het afscheid nemen een moeilijk moment.
  • Wij leggen ouders uit waarom het belangrijk is dat ze kort en duidelijk afscheid nemen. Ook al huilt het kind. Een weifelende ouder brengt het kind (nog meer) in verwarring. Voor een ouder is het naar om een huilend kind achter te laten. Probeer de ouder gerust te stellen.